Schoolleiders zijn continu bezig met hun ontwikkeling. Niet alleen voor zichzelf, maar juist ook voor anderen! Dat verdient aandacht en erkenning. Het Schoolleidersregister PO heeft als doel het aanzien van het beroep schoolleider te versterken. Met hun registratie laten schoolleiders zien dat ze staan voor kwaliteit en een leven lang leren. Dat doen ze samen met de gehele beroepsgroep: ruim 8.000 schoolleiders in het primair onderwijs in Nederland.

Peter Sleegers
Hoe hou je je staande als leider van een school in een netwerk?

‘Ik inspireer graag schoolleiders en leerkrachten om hun praktijk te verbeteren. Ik probeer daarbij het verschil te maken door hen te laten ervaren dat er niets praktischer is dan een theorie. Dat is mijn belangrijkste drijfveer en passie.’

Onderwijssocioloog Peter Sleegers (1962) deed veel onderzoek naar het lerend vermogen van scholen en naar schoolleiderschap. Iedereen wil iets van de schoolleider; van alle kanten wordt aan hem/haar getrokken. Hoe hou je je staande als leider van een school in een netwerk? Dat is het thema van de kenniskring die Peter begeleidt.

Allereest: wat verstaan we precies onder een netwerksamenleving?
‘Toen ik eind jaren zestig/begin jaren zeventig naar de basisschool ging – destijds nog lagere school geheten – was de school een autonoom instituut. De hoofdmeester was een autoriteit. Tegenwoordig is de situatie heel anders. Basisscholen zijn helemaal verknoopt met de samenleving en iedereen verwacht iets van de school: ouders, onderwijsinspectie, bestuur, GGD, wijkteams, maatschappelijk werk, Veilig Thuis en ga zo maar door. Als schoolleider kun je te maken krijgen met kinderen die naar school komen zonder te hebben ontbeten, met kinderen die zich thuis onveilig voelen en met kinderen met problematisch gedrag. De school is de vindplaats van veel maatschappelijke problemen. De samenleving lijkt te verwachten dat de school ze oplost, terwijl de school vaak niet eens de bevoegdheid heeft om een probleem aan te pakken.’

Wat is jouw kennis van en ervaring met dit thema?
‘Ik heb onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van het lerend vermogen van scholen en begeleid scholen en besturen hierin. Daarbij richt ik me op de rol van het sociale netwerk binnen de school, bijvoorbeeld tussen schoolleider en leerkrachten, het netwerk tussen scholen en hun bestuur en het netwerk tussen scholen en hun sociale omgeving; denk aan ouders, zorginstellingen en de gemeente. Ik heb expertise en ervaring op het gebied van de sleutelrol die schoolleiders in dit verband spelen. Een ingewikkelde rol, die hen vaak in een spagaat dwingt omdat de omgeving allerlei verwachtingen heeft. Neem schoolbesturen; die zijn vaak veeleisend en willen onderwijs van goede kwaliteit. Ze willen ook fantastisch, innovatief onderwijs, terwijl teams dat vaak lastig vinden. Kortom: iedereen trekt aan de schoolleider. Wij gaan in onze kenniskring onderzoeken hoe je als schoolleider een goede relatie opbouwt met je leerkrachten, met je bestuur en al die andere mensen en partijen in je omgeving en hoe je die relatie goed houdt.’

Het thema van jouw kenniskring, ‘de school in een netwerk’, is gekozen door de schoolleiders zelf. Is het een actueel onderwerp, vind je?
‘Heel actueel, gezien de hoge eisen die aan schoolleiders worden gesteld. Het gaat allang niet meer enkel om goed onderwijs, er komt veel meer bij kijken. Het werk van schoolleiders bestaat voor een deel uit het ontwikkelen en onderhouden van een veelzijdig web van sociale relaties in en om de school. Dat vergt intelligentie, inzicht en diplomatie. Zonder deze netwerken is het immers lastig voor schoolleiders en scholen om aan de hoge eisen te voldoen.’

Wat is jouw eigen visie op dit onderwerp? 
‘Ik vind dat er meer aandacht moet komen voor de sleutelpositie van de schoolleider in het netwerk van professionals en organisaties die betrokken zijn bij de ontwikkeling en het leren van leerlingen. Dit zal ook ten goede komen aan de maatschappelijke waardering van het beroep van schoolleider. Dan wordt immers duidelijk dat schoolleiders een spilfunctie hebben voor de ontwikkeling, de prestaties en de toekomst van leerlingen. De schoolleider moet de ruimte nemen en krijgen om zijn vak goed uit te oefenen.’

Kun je voorbeelden geven van vragen waar schoolleiders binnen dit thema mee worstelen?
‘Ja hoor. Die zijn er genoeg. Bijvoorbeeld: hoe kan ik de uitwisseling van kennis en de interactie tussen leerkrachten stimuleren? Hoe kan ik leiderschap in mijn school spreiden? Hoe onderhoud ik goede relaties met ouders? Hoe kan mijn school goed samenwerken met leerlingondersteuners zoals IB’ers, maatschappelijk werk en andere zorginstellingen om leerlingen die ondersteuning nodig hebben een passende plek te geven? Hoe kan ik de samenwerking met mijn collega-schoolleiders en mijn bestuurder verbeteren of bevorderen? Welke rol kan ik daarin vervullen? Geloof me: aan vragen geen gebrek.’

Welke kennis en houding verwacht je bij schoolleiders die zich aanmelden voor jouw kenniskring?
‘Er zijn geen toelatingseisen. Wel verwacht ik van deelnemende schoolleiders dat ze een nieuwsgierige en onderzoekende houding hebben, dat ze bereid zijn om met afstand naar hun eigen praktijk te kijken, dat ze praktijkervaring met schoolverbetering en onderwijsvernieuwing meebrengen en dat ze bereid zijn om internationale wetenschappelijke literatuur te bestuderen en met elkaar te bespreken. Dat betekent dat ze Engels moeten kunnen lezen. Ik zal die literatuur duiden en toelichten. Vervolgens gaan we erover in gesprek.’

Wat mogen deelnemers van jou als begeleider verwachten? 
‘Deelnemers mogen van mij verwachten dat ik ze kaders aanbied en verdieping aanbreng en dat ik ze laat reflecteren op hun eigen opvattingen en manier van leidinggeven. Ik geef overigens geen kant-en-klare antwoorden en oplossingen voor problemen. Soms zal ik de deelnemers zelfs met de nodige verwarring en vragen achterlaten…’

Peter Sleegers (1962) studeerde onderwijssociologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen en promoveerde aan deze universiteit als onderwijskundige op het gebied van schoolorganisatie en schoolleiderschap. Na zijn afstuderen begon hij zijn loopbaan als leraar maatschappijleer. Daarna werkte hij bij de universitaire lerarenopleiding als algemeen onderwijskundige. Peter deed veel onderzoek naar het leidinggeven aan leren in schoolorganisaties. Peter werkt als adviseur voor BMC, een adviesbureau voor de publieke sector, waaronder scholen. Hij adviseert bestuurders, schoolleiders en gemeenten bij het bevorderen van onderwijskwaliteit en schoolverbetering.

Waarom zouden schoolleiders voor jouw kenniskring moeten kiezen?
‘Deze kenniskring gaat over de kern van hun werk en geeft hun meer houvast om met de complexiteit van hun werk om te gaan en bewuste keuzes te maken. Hopelijk draagt dat ertoe bij dat schoolleiders het gevoel krijgen meer grip te hebben op hun agenda.’

Wat zal het uiteindelijke (gehoopte) resultaat zijn van de kenniskring?
‘Twee dingen. Ten eerste: dat schoolleiders handvatten krijgen om te bepalen in welke netwerken ze een centrale positie willen innemen. Hoe centraler je positie, hoe meer invloed je kunt uitoefenen. Ten tweede: dat schoolleiders kunnen bepalen aan welke netwerken ze wel willen deelnemen en aan welke niet. Een netwerk moet aansluiten bij de doelen van je school. Die doelen moet je dus helder voor ogen hebben. Als deelname aan een netwerk daar niet aan bijdraagt, waarom zou je er dan aan deelnemen? Je zult keuzes moeten maken.’

Jullie bevindingen krijgen uiteindelijk hun beslag in een overzichtsartikel met literatuurlijst of een film. Heb je al ideeën over hoe je dat gaat aanpakken?
‘Nee, dat is onderwerp van gesprek met de deelnemers. We doen het samen. Ik heb begrepen dat het Schoolleidersregister daarbij ondersteuning biedt. Dat zal wel lukken!’

Peter Sleegers
Hoe hou je je staande als leider van een school in een netwerk?

Onderwijssocioloog Peter Sleegers (1962) deed veel onderzoek naar het lerend vermogen van scholen en naar schoolleiderschap. Iedereen wil iets van de schoolleider; van alle kanten wordt aan hem/haar getrokken. Hoe hou je je staande als leider van een school in een netwerk? Dat is het thema van de kenniskring die Peter begeleidt.

Allereest: wat verstaan we precies onder een netwerksamenleving?
‘Toen ik eind jaren zestig/begin jaren zeventig naar de basisschool ging – destijds nog lagere school geheten – was de school een autonoom instituut. De hoofdmeester was een autoriteit. Tegenwoordig is de situatie heel anders. Basisscholen zijn helemaal verknoopt met de samenleving en iedereen verwacht iets van de school: ouders, onderwijsinspectie, bestuur, GGD, wijkteams, maatschappelijk werk, Veilig Thuis en ga zo maar door. Als schoolleider kun je te maken krijgen met kinderen die naar school komen zonder te hebben ontbeten, met kinderen die zich thuis onveilig voelen en met kinderen met problematisch gedrag. De school is de vindplaats van veel maatschappelijke problemen. De samenleving lijkt te verwachten dat de school ze oplost, terwijl de school vaak niet eens de bevoegdheid heeft om een probleem aan te pakken.’

Wat is jouw kennis van en ervaring met dit thema?
‘Ik heb onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van het lerend vermogen van scholen en begeleid scholen en besturen hierin. Daarbij richt ik me op de rol van het sociale netwerk binnen de school, bijvoorbeeld tussen schoolleider en leerkrachten, het netwerk tussen scholen en hun bestuur en het netwerk tussen scholen en hun sociale omgeving; denk aan ouders, zorginstellingen en de gemeente. Ik heb expertise en ervaring op het gebied van de sleutelrol die schoolleiders in dit verband spelen. Een ingewikkelde rol, die hen vaak in een spagaat dwingt omdat de omgeving allerlei verwachtingen heeft. Neem schoolbesturen; die zijn vaak veeleisend en willen onderwijs van goede kwaliteit. Ze willen ook fantastisch, innovatief onderwijs, terwijl teams dat vaak lastig vinden. Kortom: iedereen trekt aan de schoolleider. Wij gaan in onze kenniskring onderzoeken hoe je als schoolleider een goede relatie opbouwt met je leerkrachten, met je bestuur en al die andere mensen en partijen in je omgeving en hoe je die relatie goed houdt.’

‘Ik inspireer graag schoolleiders en leerkrachten om hun praktijk te verbeteren. Ik probeer daarbij het verschil te maken door hen te laten ervaren dat er niets praktischer is dan een theorie. Dat is mijn belangrijkste drijfveer en passie.’

Peter Sleegers (1962) studeerde onderwijssociologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen en promoveerde aan deze universiteit als onderwijskundige op het gebied van schoolorganisatie en schoolleiderschap. Na zijn afstuderen begon hij zijn loopbaan als leraar maatschappijleer. Daarna werkte hij bij de universitaire lerarenopleiding als algemeen onderwijskundige. Peter deed veel onderzoek naar het leidinggeven aan leren in schoolorganisaties. Peter werkt als adviseur voor BMC, een adviesbureau voor de publieke sector, waaronder scholen. Hij adviseert bestuurders, schoolleiders en gemeenten bij het bevorderen van onderwijskwaliteit en schoolverbetering.

Info en/of aanmelden

Wil je meer weten over de inhoud van deze kenniskring of wil je jezelf ervoor opgeven? Stuur dan een mailtje met je gegevens naar info@schoolleidersregisterpo.nl.  

Het thema van jouw kenniskring, ‘de school in een netwerk’, is gekozen door de schoolleiders zelf. Is het een actueel onderwerp, vind je?
‘Heel actueel, gezien de hoge eisen die aan schoolleiders worden gesteld. Het gaat allang niet meer enkel om goed onderwijs, er komt veel meer bij kijken. Het werk van schoolleiders bestaat voor een deel uit het ontwikkelen en onderhouden van een veelzijdig web van sociale relaties in en om de school. Dat vergt intelligentie, inzicht en diplomatie. Zonder deze netwerken is het immers lastig voor schoolleiders en scholen om aan de hoge eisen te voldoen.’

Wat is jouw eigen visie op dit onderwerp? 
‘Ik vind dat er meer aandacht moet komen voor de sleutelpositie van de schoolleider in het netwerk van professionals en organisaties die betrokken zijn bij de ontwikkeling en het leren van leerlingen. Dit zal ook ten goede komen aan de maatschappelijke waardering van het beroep van schoolleider. Dan wordt immers duidelijk dat schoolleiders een spilfunctie hebben voor de ontwikkeling, de prestaties en de toekomst van leerlingen. De schoolleider moet de ruimte nemen en krijgen om zijn vak goed uit te oefenen.’

Kun je voorbeelden geven van vragen waar schoolleiders binnen dit thema mee worstelen?
‘Ja hoor. Die zijn er genoeg. Bijvoorbeeld: hoe kan ik de uitwisseling van kennis en de interactie tussen leerkrachten stimuleren? Hoe kan ik leiderschap in mijn school spreiden? Hoe onderhoud ik goede relaties met ouders? Hoe kan mijn school goed samenwerken met leerlingondersteuners zoals IB’ers, maatschappelijk werk en andere zorginstellingen om leerlingen die ondersteuning nodig hebben een passende plek te geven? Hoe kan ik de samenwerking met mijn collega-schoolleiders en mijn bestuurder verbeteren of bevorderen? Welke rol kan ik daarin vervullen? Geloof me: aan vragen geen gebrek.’

Welke kennis en houding verwacht je bij schoolleiders die zich aanmelden voor jouw kenniskring?
‘Er zijn geen toelatingseisen. Wel verwacht ik van deelnemende schoolleiders dat ze een nieuwsgierige en onderzoekende houding hebben, dat ze bereid zijn om met afstand naar hun eigen praktijk te kijken, dat ze praktijkervaring met schoolverbetering en onderwijsvernieuwing meebrengen en dat ze bereid zijn om internationale wetenschappelijke literatuur te bestuderen en met elkaar te bespreken. Dat betekent dat ze Engels moeten kunnen lezen. Ik zal die literatuur duiden en toelichten. Vervolgens gaan we erover in gesprek.’

Wat mogen deelnemers van jou als begeleider verwachten? 
‘Deelnemers mogen van mij verwachten dat ik ze kaders aanbied en verdieping aanbreng en dat ik ze laat reflecteren op hun eigen opvattingen en manier van leidinggeven. Ik geef overigens geen kant-en-klare antwoorden en oplossingen voor problemen. Soms zal ik de deelnemers zelfs met de nodige verwarring en vragen achterlaten…’

Waarom zouden schoolleiders voor jouw kenniskring moeten kiezen?
‘Deze kenniskring gaat over de kern van hun werk en geeft hun meer houvast om met de complexiteit van hun werk om te gaan en bewuste keuzes te maken. Hopelijk draagt dat ertoe bij dat schoolleiders het gevoel krijgen meer grip te hebben op hun agenda.’

Wat zal het uiteindelijke (gehoopte) resultaat zijn van de kenniskring?
‘Twee dingen. Ten eerste: dat schoolleiders handvatten krijgen om te bepalen in welke netwerken ze een centrale positie willen innemen. Hoe centraler je positie, hoe meer invloed je kunt uitoefenen. Ten tweede: dat schoolleiders kunnen bepalen aan welke netwerken ze wel willen deelnemen en aan welke niet. Een netwerk moet aansluiten bij de doelen van je school. Die doelen moet je dus helder voor ogen hebben. Als deelname aan een netwerk daar niet aan bijdraagt, waarom zou je er dan aan deelnemen? Je zult keuzes moeten maken.’

Jullie bevindingen krijgen uiteindelijk hun beslag in een overzichtsartikel met literatuurlijst of een film. Heb je al ideeën over hoe je dat gaat aanpakken?
‘Nee, dat is onderwerp van gesprek met de deelnemers. We doen het samen. Ik heb begrepen dat het Schoolleidersregister daarbij ondersteuning biedt. Dat zal wel lukken!’