Schoolleiders zijn continu bezig met hun ontwikkeling. Niet alleen voor zichzelf, maar juist ook voor anderen! Dat verdient aandacht en erkenning. Het Schoolleidersregister PO heeft als doel het aanzien van het beroep schoolleider te versterken. Met hun registratie laten schoolleiders zien dat ze staan voor kwaliteit en een leven lang leren. Dat doen ze samen met de gehele beroepsgroep: ruim 8.000 schoolleiders in het primair onderwijs in Nederland.

Begeleiding door experts.
Wie bepaalt aan welke thema’s een kenniskring wordt gewijd? Creemers: ‘Dat doen de schoolleiders zelf. Het register heeft de schoolleiders gevraagd met suggesties te komen. De eerste twee kenniskringen starten dit jaar en zijn gewijd aan ‘kansenongelijkheid’ en aan ‘de school in een netwerksamenleving’. Iedere kenniskring wordt begeleid door een expert op het betreffende thema. Voor ‘kansenongelijkheid’ is dat Linda van den Bergh en voor ‘de school in een netwerksamenleving’ is dat Peter Sleegers. Ze stellen zich verderop in dit magazine aan ons voor.’
Creemers denkt dat schoolleiders het fenomeen kenniskring snel zullen omarmen. ‘Uit een kwalitatieve evaluatie van Kwink blijkt dat schoolleiders én hun werkgevers de kennisbasis van schoolleiders belangrijk vinden en dat ze van mening zijn dat schoolleiders die kennisbasis zelf zouden moeten ontwikkelen en onderhouden. De kenniskringen zijn daartoe een geschikt instrument. Niet alleen omdat schoolleiders op deze manier waardevolle kennis borgen voor hun collega’s en de kennisbasis van hun beroepsgroep vergroten, maar ook omdat schoolleiders zich door aan een kenniskring deel te nemen kunnen herregistreren.’

Waarom kenniskringen?
‘Aan het idee van kenniskringen liggen verschillende overwegingen ten grondslag’, vertelt Marja Creemers, directeur van het Schoolleidersregister PO. ‘Er is voor schoolleiders weliswaar veel kennis beschikbaar, bijvoorbeeld bij wetenschappers, maar die kennis is over het algemeen weinig toegankelijk. We willen dat de kenniskringen kennis op een bepaald thema bundelen en in een handzame vorm gieten, zodat schoolleiders die kennis kunnen aanwenden in hun beroepspraktijk.’ Wat nou als gaandeweg blijkt dat op een bepaald thema te weinig kennis voorhanden is? Dan is dat volgens Creemers geen ramp. ‘Sterker nog, dat is waardevolle informatie. We weten dan dat nader onderzoek belangrijk is.
De nieuwe professionaliseringsthema’s die door de kenniskringen worden ontwikkeld, kunnen door aanbieders van professionaliseringsaanbod worden aangewend om passend aanbod op dat thema te ontwikkelen. Daarmee groeit dan weer de kennisbasis van de schoolleiders.’

Uit een eind 2018 uitgevoerde kwalitatieve evaluatie van het Schoolleidersregister PO blijkt dat een grote meerderheid van de bevraagde schoolleiders positief is over de kennisbasis. Ze vinden het belangrijk dat de beroepsstandaard er is en dat deze door schoolleiders zelf wordt opgesteld. Ook vinden zij dat zijzélf over de inhoud van de kennisbasis gaan. Zij benadrukken hierbij het belang van het actueel houden ervan. Om op deze behoefte in te spelen organiseert het Schoolleidersregister PO kenniskringen, zodat schoolleiders hier daadwerkelijk zelf mee aan de slag kunnen gaan.

Een kenniskring bestaat uit tien tot twintig schoolleiders die onder begeleiding van een expert een bepaald thema onderzoeken. Hun bevindingen documenteren ze voor hun collega’s in een overzichtsartikel dat wordt opgenomen op de website van het Schoolleidersregister PO. Naast dit artikel maakt iedere kenniskring een digitaal magazine met interviews met wetenschappers, experts en practitioners. Dat mag overigens ook een animatie of een film zijn. Tot slot stelt iedere kenniskring een presentatie samen waarmee de schoolleiders die aan de kenniskring deelnemen op scholen hun bevindingen over het thema kunnen toelichten en erover in discussie kunnen gaan. Bij al deze producties (overzichtsartikel, digitaal magazine/animatie/film en presentatie) zorgt het Schoolleidersregister PO voor ondersteuning.

Kenniskringen: 
schoolleiders diepen samen een thema uit

Eigen invulling

‘Een kenniskring bestaat uit tien tot twintig schoolleiders. Hoe ze samen met de begeleider de kenniskring inrichten, is aan hen zelf’, vertelt Creemers. ‘Ze zouden bijvoorbeeld een onderzoek onder schoolleiders kunnen uitvoeren, een literatuuronderzoek kunnen doen of wetenschappers kunnen interviewen. Aan het eind levert de kenniskring een overzichtsartikel op, dat wordt gepubliceerd op de website van het Schoolleidersregister PO, én een digitaal magazine met toegankelijke informatie in de vorm van (bijvoorbeeld) interviews, korte teksten, infographics of een film. Iedere kenniskring krijgt hiertoe een budget. Ook krijgen de deelnemers een TED-training aangeboden, zodat ze de opgedane kennis op een toegankelijke en enthousiasmerende manier kunnen overdragen aan collega-schoolleiders en andere belangstellenden. Al deze producten maken straks deel uit van de kennisbasis van het Schoolleidersregister PO; iedereen kan ze dus straks gebruiken.’

Uit een eind 2018 uitgevoerde kwalitatieve evaluatie van het Schoolleidersregister PO blijkt dat een grote meerderheid van de bevraagde schoolleiders positief is over de kennisbasis. Ze vinden het belangrijk dat de beroepsstandaard er is en dat deze door schoolleiders zelf wordt opgesteld. Ook vinden zij dat zijzélf over de inhoud van de kennisbasis gaan. Zij benadrukken hierbij het belang van het actueel houden ervan. Om op deze behoefte in te spelen organiseert het Schoolleidersregister PO kenniskringen, zodat schoolleiders hier daadwerkelijk zelf mee aan de slag kunnen gaan.

Een kenniskring bestaat uit tien tot twintig schoolleiders die onder begeleiding van een expert een bepaald thema onderzoeken. Hun bevindingen documenteren ze voor hun collega’s in een overzichtsartikel dat wordt opgenomen op de website van het Schoolleidersregister PO. Naast dit artikel maakt iedere kenniskring een digitaal magazine met interviews met wetenschappers, experts en practitioners. Dat mag overigens ook een animatie of een film zijn. Tot slot stelt iedere kenniskring een presentatie samen waarmee de schoolleiders die aan de kenniskring deelnemen op scholen hun bevindingen over het thema kunnen toelichten en erover in discussie kunnen gaan. Bij al deze producties (overzichtsartikel, digitaal magazine/animatie/film en presentatie) zorgt het Schoolleidersregister PO voor ondersteuning.

Kenniskringen: 
schoolleiders diepen samen een thema uit

Waarom kenniskringen?
‘Aan het idee van kenniskringen liggen verschillende overwegingen ten grondslag’, vertelt Marja Creemers, directeur van het Schoolleidersregister PO. ‘Er is voor schoolleiders weliswaar veel kennis beschikbaar, bijvoorbeeld bij wetenschappers, maar die kennis is over het algemeen weinig toegankelijk. We willen dat de kenniskringen kennis op een bepaald thema bundelen en in een handzame vorm gieten, zodat schoolleiders die kennis kunnen aanwenden in hun beroepspraktijk.’ Wat nou als gaandeweg blijkt dat op een bepaald thema te weinig kennis voorhanden is? Dan is dat volgens Creemers geen ramp. ‘Sterker nog, dat is waardevolle informatie. We weten dan dat nader onderzoek belangrijk is.
De nieuwe professionaliseringsthema’s die door de kenniskringen worden ontwikkeld, kunnen door aanbieders van professionaliseringsaanbod worden aangewend om passend aanbod op dat thema te ontwikkelen. Daarmee groeit dan weer de kennisbasis van de schoolleiders.’

Begeleiding door experts.
Wie bepaalt aan welke thema’s een kenniskring wordt gewijd? Creemers: ‘Dat doen de schoolleiders zelf. Het register heeft de schoolleiders gevraagd met suggesties te komen. De eerste twee kenniskringen starten dit jaar en zijn gewijd aan ‘kansenongelijkheid’ en aan ‘de school in een netwerksamenleving’. Iedere kenniskring wordt begeleid door een expert op het betreffende thema. Voor ‘kansenongelijkheid’ is dat Linda van den Bergh en voor ‘de school in een netwerksamenleving’ is dat Peter Sleegers. Ze stellen zich verderop in dit magazine aan ons voor.’
Creemers denkt dat schoolleiders het fenomeen kenniskring snel zullen omarmen. ‘Uit een kwalitatieve evaluatie van Kwink blijkt dat schoolleiders én hun werkgevers de kennisbasis van schoolleiders belangrijk vinden en dat ze van mening zijn dat schoolleiders die kennisbasis zelf zouden moeten ontwikkelen en onderhouden. De kenniskringen zijn daartoe een geschikt instrument. Niet alleen omdat schoolleiders op deze manier waardevolle kennis borgen voor hun collega’s en de kennisbasis van hun beroepsgroep vergroten, maar ook omdat schoolleiders zich door aan een kenniskring deel te nemen kunnen herregistreren.’

‘Een kenniskring bestaat uit tien tot twintig schoolleiders. Hoe ze samen met de begeleider de kenniskring inrichten, is aan hen zelf’, vertelt Creemers. ‘Ze zouden bijvoorbeeld een onderzoek onder schoolleiders kunnen uitvoeren, een literatuuronderzoek kunnen doen of wetenschappers kunnen interviewen. Aan het eind levert de kenniskring een overzichtsartikel op, dat wordt gepubliceerd op de website van het Schoolleidersregister PO, én een digitaal magazine met toegankelijke informatie in de vorm van (bijvoorbeeld) interviews, korte teksten, infographics of een film. Iedere kenniskring krijgt hiertoe een budget. Ook krijgen de deelnemers een TED-training aangeboden, zodat ze de opgedane kennis op een toegankelijke en enthousiasmerende manier kunnen overdragen aan collega-schoolleiders en andere belangstellenden. Al deze producten maken straks deel uit van de kennisbasis van het Schoolleidersregister PO; iedereen kan ze dus straks gebruiken.’

Eigen invulling