Peter Sleegers
Over leiderschapspraktijken

‘De dialoog over een vaandel kan bijdragen aan het bevorderen van deze verbondenheid en de collectieve identiteit (wie zijn wij en waar staan we voor) van schoolleiders als beroepsgroep.

In 2018 heb je -met het oog op de actualisering van de beroepsstandaard - de uitvoering van een literatuuronderzoek aangestuurd. Wat is er onderzocht?
In nauwe samenwerking met het Schoolleidersregister PO heb ik drie activiteiten uitgevoerd:

Wat waren de opvallendste verschillen tussen de beroepsstandaarden van de verschillende landen met die van Nederland?
Een belangrijk verschil is dat de Nederlandse beroepstandaard expliciet uitgaat van competenties. Daarin wijkt de Nederlandse standaard duidelijk af van de andere beroepsstandaarden. Zo richten de internationale beroepstandaarden zich allemaal op door de meeste schoolleiders toegepaste leiderschapspraktijken.
Voorbeelden van deze leiderschapspraktijken zijn dat schoolleiders gericht zijn op lesgeven, instructie en het coördineren van het curriculum, schoolleiders het leren stimuleren en de capaciteit van onderwijspersoneel en de school versterken en dat ze verbindingen en betekenisvolle relaties met ouders en de lokale gemeenschap aangaan.
Een ander belangrijk verschil is dat de internationale beroepstandaarden naast leiderschapspraktijken, ook persoonlijke kwaliteiten (of persoonskenmerken) onderscheiden. Cognitieve, sociale en interpersoonlijke vaardigheden helpen schoolleiders om belangrijke leiderschapspraktijken goed uit te voeren. In de Nederlandse beroepstandaard zijn deze persoonlijke kwaliteiten of persoonskenmerken nu niet opgenomen.
Verder is het zo dat in de Nederlandse beroepstandaard geen expliciete relatie wordt gelegd met ethisch leiderschap en de rol van ethiek bij schoolleiders. Dat is in andere internationale beroepstandaarden wel het geval. Vandaar dat er nog wordt gewerkt aan een studie naar ethisch leiderschap.
Sommige beroepsstandaarden (bijv. Canada en de VS) hebben expliciet aandacht voor gespreid leiderschap, een benadering die bij de Nederlandse beroepsstandaard ontbreekt. Reden voor het Schoolleidersregister om een literatuurstudie uit te voeren naar deze benadering van leiderschap.
Tot slot heeft een belangrijk verschil te maken met het draagvlak. Bij de ontwikkeling van de Nederlandse beroepsstandaard zijn naast leden van de beroepsgroep ook opleiders, onderzoekers, werkgevers en leraren geconsulteerd.

Is er een bepaalde reden waarom Finland en Zwitserland niet bij het onderzoek betrokken zijn?
Australië, Engeland, Verenigde Staten van Amerika, Schotland en Nederland hebben al een wat langere traditie van het ontwikkelen van een beroepstandaard voor schoolleiders. Deze landen hebben van oudsher een leidende rol vervuld in de internationale discussie en ontwikkeling van beroepsstandaarden voor schoolleiders. In Europa hebben alleen Nederland en het Verenigd Koninkrijk deelgenomen aan de discussie én de ontwikkeling van een beroepsstandaard.
In Nederland is de eerste beroepsstandaard voor schoolleiders PO in 2005 ontwikkeld door de Nederlandse Schoolleiders Academie (NSA).
De beroepstandaard uit Zuid-Afrika is meegenomen omdat deze is ontwikkeld in een niet-westers land. Op deze manier was het mogelijk om na te gaan of er mogelijk sprake zou zijn van een culturele vertekening.


Met schoolleiders en belanghebbenden wordt de dialoog gevoerd over een vijftal onderwerpen. Waarom is er gekozen voor deze vijf vragen?
De volgende vijf onderwerpen staan bij deze dialoog centraal:

  • Leiderschapspraktijken van de schoolleider;
  • Persoonlijke kwaliteiten;
  • Gedeeld leiderschap;
  • Ethisch leiderschap;
  • Nadenken over beroepsidentiteit (vaandel).

De eerste vier onderwerpen komen direct voort uit de bevindingen van de vergelijking tussen de verschillende beroepstandaarden en de literatuurstudie over gespreid leiderschap.
Het vijfde onderwerp heeft te maken met een van de betekenissen van het begrip standaard. Het begrip standaard kan namelijk in twee betekenissen gebruikt worden. Enerzijds verwijst het begrip standaard naar een ‘vaandel’ van een bepaalde groepering. Dit vaandel verwijst naar een beroepsidentiteit. Een tweede betekenis van het begrip standaard heeft betrekking op de beschrijving van het gewenste niveau van kwaliteiten van leiderschap in onderwijsinstellingen. Er wordt vaak meer discussie gevoerd over beschrijvingen van het gewenst niveau van kwaliteiten van leiderschap dan over de beroepsidentiteit.

Waarom vind je het belangrijk dat schoolleiders in het PO met elkaar nadenken over beroepsidentiteit?
Het beroep van schoolleider is een betekenisvol beroep. Uit onderzoek blijkt dat een school met een sterke schoolleider ervoor zorgt dat het team van leraren samen komt tot het best mogelijke onderwijs. Onderwijs dat leerlingen helpt talenten optimaal te ontwikkelen. Daar profiteren leerlingen hun leven lang van. Dat is belangrijk voor onze maatschappij. Het beroep verdient meer waardering van de maatschappij. Als schoolleiders als beroepsgroep laten zien wie ze zijn en waar ze voor staan en wat ze bijdragen aan het succes van hun leerlingen, zal dat bijdragen aan de verbetering van de maatschappelijke status van het beroep van schoolleider.
De ontwikkeling van een beroepsidentiteit en dat expliciet maken helpt schoolleiders dat te laten zien aan de maatschappij. Daarom lijkt het me goed dat schoolleiders nadenken over een vaandel. Een ‘vaandel’ symboliseert namelijk het eigene van een groep. Een ‘vaandel’ staat voor datgene waar de groep voor staat, haar identiteit. Zo opgevat kan een standaard principes, waarden en symbolen tonen zodat duidelijk wordt waarvoor de beroepsgroep van schoolleiders staat. Een ‘vaandel’ is het symbool van de onderlinge verbondenheid tussen schoolleiders in het primair onderwijs. De dialoog over een vaandel kan bijdragen aan het bevorderen van deze verbondenheid en de collectieve identiteit (wie zijn wij en waar staan we voor) van schoolleiders als beroepsgroep.

Hoe zou het vaandel van schoolleiders eruit moeten zien volgens jou?
Dat is aan de schoolleiders zelf, lijkt mij. In de periode dat ik betrokken was bij de ontwikkeling van de eerste beroepstandaard door de toenmalige NSA, voerde de NSA een uil als beeldmerk voor de beroepsgroep van schoolleiders. Een uil als symbool van wijsheid.
Vanwege de verwijzing naar de uil van Minerva door de leider van Forum van Democratie naar aanleiding van de recente verkiezingsoverwinning van zijn partij, lijkt mij de uil als beeldmerk niet meer zo een goed idee. Maar symbolen die verwijzen naar openheid en kennis, gecombineerd met een zekere strijdvaardigheid, zouden in mijn ogen onderdeel uit kunnen maken van een vaandel.
Maar nogmaals, hoe het vaandel eruit zou moeten zien, is aan de schoolleiders in het PO.

Peter Sleegers is senior adviseur bij BMC en heeft vanuit zijn kennis van het onderwijs en het doen van onderzoek het literatuuronderzoek naar de wetenschappelijke inzichten over schoolleiderschap begeleid. Zijn expertise gebieden zijn: Primair, voortgezet en speciaal onderwijs, passend onderwijs, gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid, VVE, onderwijskundig leiderschap en onderwijsbestuur, duurzame schoolontwikkeling.

Peter Sleegers
Over leiderschapspraktijken

In 2018 heb je -met het oog op de actualisering van de beroepsstandaard - de uitvoering van een literatuuronderzoek aangestuurd. Wat is er onderzocht?
In nauwe samenwerking met het Schoolleidersregister PO heb ik drie activiteiten uitgevoerd:

Wat waren de opvallendste verschillen tussen de beroepsstandaarden van de verschillende landen met die van Nederland?
Een belangrijk verschil is dat de Nederlandse beroepstandaard expliciet uitgaat van competenties. Daarin wijkt de Nederlandse standaard duidelijk af van de andere beroepsstandaarden. Zo richten de internationale beroepstandaarden zich allemaal op door de meeste schoolleiders toegepaste leiderschapspraktijken.
Voorbeelden van deze leiderschapspraktijken zijn dat schoolleiders gericht zijn op lesgeven, instructie en het coördineren van het curriculum, schoolleiders het leren stimuleren en de capaciteit van onderwijspersoneel en de school versterken en dat ze verbindingen en betekenisvolle relaties met ouders en de lokale gemeenschap aangaan.
Een ander belangrijk verschil is dat de internationale beroepstandaarden naast leiderschapspraktijken, ook persoonlijke kwaliteiten (of persoonskenmerken) onderscheiden. Cognitieve, sociale en interpersoonlijke vaardigheden helpen schoolleiders om belangrijke leiderschapspraktijken goed uit te voeren. In de Nederlandse beroepstandaard zijn deze persoonlijke kwaliteiten of persoonskenmerken nu niet opgenomen.
Verder is het zo dat in de Nederlandse beroepstandaard geen expliciete relatie wordt gelegd met ethisch leiderschap en de rol van ethiek bij schoolleiders. Dat is in andere internationale beroepstandaarden wel het geval. Vandaar dat er nog wordt gewerkt aan een studie naar ethisch leiderschap.
Sommige beroepsstandaarden (bijv. Canada en de VS) hebben expliciet aandacht voor gespreid leiderschap, een benadering die bij de Nederlandse beroepsstandaard ontbreekt. Reden voor het Schoolleidersregister om een literatuurstudie uit te voeren naar deze benadering van leiderschap.
Tot slot heeft een belangrijk verschil te maken met het draagvlak. Bij de ontwikkeling van de Nederlandse beroepsstandaard zijn naast leden van de beroepsgroep ook opleiders, onderzoekers, werkgevers en leraren geconsulteerd.

Is er een bepaalde reden waarom Finland en Zwitserland niet bij het onderzoek betrokken zijn?
Australië, Engeland, Verenigde Staten van Amerika, Schotland en Nederland hebben al een wat langere traditie van het ontwikkelen van een beroepstandaard voor schoolleiders. Deze landen hebben van oudsher een leidende rol vervuld in de internationale discussie en ontwikkeling van beroepsstandaarden voor schoolleiders. In Europa hebben alleen Nederland en het Verenigd Koninkrijk deelgenomen aan de discussie én de ontwikkeling van een beroepsstandaard.
In Nederland is de eerste beroepsstandaard voor schoolleiders PO in 2005 ontwikkeld door de Nederlandse Schoolleiders Academie (NSA).
De beroepstandaard uit Zuid-Afrika is meegenomen omdat deze is ontwikkeld in een niet-westers land. Op deze manier was het mogelijk om na te gaan of er mogelijk sprake zou zijn van een culturele vertekening.


‘De dialoog over een vaandel kan bijdragen aan het bevorderen van deze verbondenheid en de collectieve identiteit (wie zijn wij en waar staan we voor) van schoolleiders als beroepsgroep.

Peter Sleegers is senior adviseur bij BMC en heeft vanuit zijn kennis van het onderwijs en het doen van onderzoek het literatuuronderzoek naar de wetenschappelijke inzichten over schoolleiderschap begeleid. Zijn expertise gebieden zijn: Primair, voortgezet en speciaal onderwijs, passend onderwijs, gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid, VVE, onderwijskundig leiderschap en onderwijsbestuur, duurzame schoolontwikkeling.

Klik hier

Vertel ons wat aan de beroepstandaard moet veranderen.

Met schoolleiders en belanghebbenden wordt de dialoog gevoerd over een vijftal onderwerpen. Waarom is er gekozen voor deze vijf vragen?
De volgende vijf onderwerpen staan bij deze dialoog centraal:

  • Leiderschapspraktijken van de schoolleider;
  • Persoonlijke kwaliteiten;
  • Gedeeld leiderschap;
  • Ethisch leiderschap;
  • Nadenken over beroepsidentiteit (vaandel).

De eerste vier onderwerpen komen direct voort uit de bevindingen van de vergelijking tussen de verschillende beroepstandaarden en de literatuurstudie over gespreid leiderschap.
Het vijfde onderwerp heeft te maken met een van de betekenissen van het begrip standaard. Het begrip standaard kan namelijk in twee betekenissen gebruikt worden. Enerzijds verwijst het begrip standaard naar een ‘vaandel’ van een bepaalde groepering. Dit vaandel verwijst naar een beroepsidentiteit. Een tweede betekenis van het begrip standaard heeft betrekking op de beschrijving van het gewenste niveau van kwaliteiten van leiderschap in onderwijsinstellingen. Er wordt vaak meer discussie gevoerd over beschrijvingen van het gewenst niveau van kwaliteiten van leiderschap dan over de beroepsidentiteit.

Waarom vind je het belangrijk dat schoolleiders in het PO met elkaar nadenken over beroepsidentiteit?
Het beroep van schoolleider is een betekenisvol beroep. Uit onderzoek blijkt dat een school met een sterke schoolleider ervoor zorgt dat het team van leraren samen komt tot het best mogelijke onderwijs. Onderwijs dat leerlingen helpt talenten optimaal te ontwikkelen. Daar profiteren leerlingen hun leven lang van. Dat is belangrijk voor onze maatschappij. Het beroep verdient meer waardering van de maatschappij. Als schoolleiders als beroepsgroep laten zien wie ze zijn en waar ze voor staan en wat ze bijdragen aan het succes van hun leerlingen, zal dat bijdragen aan de verbetering van de maatschappelijke status van het beroep van schoolleider.
De ontwikkeling van een beroepsidentiteit en dat expliciet maken helpt schoolleiders dat te laten zien aan de maatschappij. Daarom lijkt het me goed dat schoolleiders nadenken over een vaandel. Een ‘vaandel’ symboliseert namelijk het eigene van een groep. Een ‘vaandel’ staat voor datgene waar de groep voor staat, haar identiteit. Zo opgevat kan een standaard principes, waarden en symbolen tonen zodat duidelijk wordt waarvoor de beroepsgroep van schoolleiders staat. Een ‘vaandel’ is het symbool van de onderlinge verbondenheid tussen schoolleiders in het primair onderwijs. De dialoog over een vaandel kan bijdragen aan het bevorderen van deze verbondenheid en de collectieve identiteit (wie zijn wij en waar staan we voor) van schoolleiders als beroepsgroep.

Hoe zou het vaandel van schoolleiders eruit moeten zien volgens jou?
Dat is aan de schoolleiders zelf, lijkt mij. In de periode dat ik betrokken was bij de ontwikkeling van de eerste beroepstandaard door de toenmalige NSA, voerde de NSA een uil als beeldmerk voor de beroepsgroep van schoolleiders. Een uil als symbool van wijsheid.
Vanwege de verwijzing naar de uil van Minerva door de leider van Forum van Democratie naar aanleiding van de recente verkiezingsoverwinning van zijn partij, lijkt mij de uil als beeldmerk niet meer zo een goed idee. Maar symbolen die verwijzen naar openheid en kennis, gecombineerd met een zekere strijdvaardigheid, zouden in mijn ogen onderdeel uit kunnen maken van een vaandel.
Maar nogmaals, hoe het vaandel eruit zou moeten zien, is aan de schoolleiders in het PO.

Over ons

Het Schoolleidersregister PO is een gemeenschappelijke plek waar alle kwaliteiten van schoolleiders in het primair onderwijs bijeen worden gebracht. Het register maakt de basiskwaliteit van schoolleiders zichtbaar en toont aan dat schoolleiders hun vak en hun ontwikkeling serieus nemen. Het Schoolleidersregister PO faciliteert de ontwikkeling van schoolleiders, onder andere door schoolleiders met elkaar in contact te brengen, door trends in beeld te brengen en kennis te delen, zodat schoolleiders voorop kunnen blijven lopen. Zo kunnen zij kinderen de beste kansen blijven bieden.

Contact

Vragen? Neem contact op: 030-2347360 www.schoolleidersregisterpo.nl
Vul je naam in
Vul een correct e-mailadres in
Vul een opmerking in
Bedankt, je bericht is verzonden.
Er ging iets mis met het verzenden van het formulier. Probeer het opnieuw.

Deel deze publicatie

Stuur deze pagina eenvoudig door of plaats als bericht op social media.

Zoeken in publicaties

Zoek naar een specifieke term in de verschillende publicaties.
Vul minimaal 3 karakters in.

Schoolleiders zijn continu bezig met hun ontwikkeling. Niet alleen voor zichzelf, maar juist ook voor anderen! Dat verdient aandacht en erkenning. Het Schoolleidersregister PO heeft als doel het aanzien van het beroep schoolleider te versterken. Met hun registratie laten schoolleiders zien dat ze staan voor kwaliteit en een leven lang leren. Dat doen ze samen met de gehele beroepsgroep: ruim 8.000 schoolleiders in het primair onderwijs in Nederland.
Volledig scherm

Schoolleiders zijn continu bezig met hun ontwikkeling. Niet alleen voor zichzelf, maar juist ook voor anderen! Dat verdient aandacht en erkenning. Het Schoolleidersregister PO heeft als doel het aanzien van het beroep schoolleider te versterken. Met hun registratie laten schoolleiders zien dat ze staan voor kwaliteit en een leven lang leren. Dat doen ze samen met de gehele beroepsgroep: ruim 8.000 schoolleiders in het primair onderwijs in Nederland.